Vervroegde puberteit

This page is part of the Dutch version of the PanCare PLAIN summaries about late effects and recommendations for long-term follow-up care for survivors of childhood, adolescent, and young adult cancer. Click here, to visit the English PLAIN summaries.
PLAIN version 2: July 2025

Deze informatie is gebaseerd op de samenvatting gebaseerd op de samenvatting van de PanCareFollowUp guideline about HP axis problems[1], die op zijn beurt weer is gebaseerd op de overeenkomstige IGHG*-richtlijn [2].

Vervroegde puberteit

In de puberteit ontwikkelt het lichaam zich van kind tot volwassene. Meisjes krijgen borsten en gaan menstrueren, terwijl bij jongens de penis en zaadballen groeien en het lichaam gespierder wordt. Bij meisjes begint dit tussen 8 en 13 jaar, bij jongens tussen 9 en 14 jaar.

De hypothalamus en hypofyse in de de hersenen sturen de puberteit aan. Samen vormen zij de HP-as.

Als de puberteit begint, geeft de hypothalamus een signaal aan de hypofyse om meer hormonen te maken. Deze hormonen geven aan het lichaam van jongens een seintje om meer testosteron te maken en aan het lichaam van meisjes om meer oestrogeen en progesteron te maken. Testosteron en oestrogeen zorgen ervoor dat het lichaam zich verder ontwikkelt.

Schade aan de hypothalamus en/of hypofyse kan maken dat de puberteit eerder begint dan normaal. Dit noemen we vervroegde puberteit. We spreken hiervan als bij meisjes de puberteit voor het 8ste jaar begint en bij jongens voor het 9de jaar. Een te vroege puberteit heeft invloed op de groei. Een kind wordt dan minder lang dan verwacht.

De meeste kinderen met kanker komen op een normale leeftijd in de puberteit.

Heeft mijn kind een verhoogde kans op een vervroegde puberteit?

Sommige aandoeningen en behandelingen vergroten de kans op een vervroegde puberteit.

De volgende aandoeningen kunnen de kans op een vervroegde puberteit vergroten:

  • Een tumor dichtbij of binnen de HP-as
  • Waterhoofd (hydrocefalus)

De volgende behandelingen kunnen de kans op een vervroegde puberteit vergroten:

  • Radiotherapie op de HP-as of op een gebied waarin de HP-as ligt
  • Operatie dichtbij of binnen de HP-as

Je kunt in de samenvatting van de behandeling van je kind zien of het een of meer van deze aandoeningen of behandelingen heeft gehad. Als je geen samenvatting hebt, kun je contact opnemen met de LATER-poli of de arts die je kind behandeld heeft.

Een vervroegde puberteit hoeft niet altijd door te behandeling te komen. Er kunnen andere oorzaken zijn.

Wat zijn de klachten en signalen die wijzen op een vervroegde puberteit?

Bepaalde klachten en signalen kunnen erop wijzen dat je kind misschien vervroegd in de puberteit komt. Dit zijn dezelfde klachten en signalen van de puberteit, maar nu komen ze eerder voor dan normaal.

Bij jongens jonger dan 9 jaar:

  • Groeispurt
  • Haar in het gezicht, op onderarmen en/of schaamhaar
  • Puistjes (acne)
  • (Volwassen) lichaamsgeur
  • Groei van penis en zaadballen
  • Zwaardere stem
  • Meer spierontwikkeling

Bij meisjes jonger dan 8 jaar:

  • Groeispurt
  • Haar op onderarmen en/of schaamhaar
  • Puistjes (acne)
  • (Volwassen) lichaamsgeur
  • Borstontwikkeling
  • Bredere heupen
  • Eerste menstruatie

Als je een van deze klachten of signalen bij je kind herkent, neem dan contact op met je huisarts of LATER-arts.

Mijn kind heeft een verhoogde kans op een vervroegde puberteit Welke onderzoeken zijn nodig en wanneer?

Als je kind een verhoogde kans op een vervroegde puberteit heeft, is het advies om elk half jaar een afspraak met je huisarts of LATER-arts te maken totdat het 8 jaar (voor meisjes) of 9 jaar (voor jongens) is. De onderzoeken die je kind krijgt, hangen af van de behandeling die het heeft gehad.

Je huisarts of LATER-arts kan:

  • De lengte van je kind meten en kijken hoe de puberteit zich ontwikkelt. Bij jongens kan dit door de grootte van de zaadballen te meten. Bij jongens die alkylerende chemotheraie hebben gehad en/of bestraald zijn op de zaadballen, wordt eenmaal per jaar vroeg in de ochtend het testosteron in het bloed gemeten.
  • Je kind vragen naar klachten en signalen van vervroegde puberteit.
  • Lichamelijk onderzoek doen.

Wat gebeurt er als mijn kind vervroegd in de puberteit komt?

Als je kind vervroegd in de puberteit komt, verwijst je huisarts of LATER-arts het waarschijnlijk naar een:

  • Kinderendocrinoloog (arts gespecialiseerd in hormonen en stofwisseling bij kinderen)

De kinderendocrinoloog bespreekt met jou en je kind wat de behandelmogelijkheden zijn, bijvoorbeeld groeihormonen.

Wat kan ik nog meer doen?

Weten dat je kind vervroegd in de puberteit is of kan komen, kan moeilijk zijn. Praten met vrienden en familie kan helpen. Ook contact met mensen in eenzelfde situatie kan fijn zijn, bijvoorbeeld via een patiëntenvereniging, zoals de Vereniging Kinderkanker Nederland.

Hoewel het de kans op een vervroegde puberteit niet vermindert, is een gezonde leefstijl belangrijk. Zorg ook voor jullie mentale welzijn. Kleine veranderingen kunnen al een positieve invloed hebben op de lichamelijke mentale gezondheid. Lees meer over het kiezen voor een gezonde leefstijl en aandacht voor je mentale gezondheid.

Het is belangrijk dat je weet dat je kind vervroegd in de puberteit kan komen en dat je de klachten en signalen herkent. Als je deze bij je kind zie, neem dan meteen contact op met je huisarts of LATER-arts. Tijdige behandeling kan je kind helpen om een zo normaal mogelijke lengte te bereiken.

Als je vragen hebt of als je je na het lezen van deze informatie zorgen maakt, neem dan contact op met je huisarts of LATER-arts.

Waar vind ik meer informatie?

Op deze website staat ook informatie over:

In de PanCare Plain Language Summaries vind je links naar betrouwbare informatie in het Engels.

Je kunt online informatie over vervroegde puberteit zoeken, maar bedenk dat deze soms niet up-to-date of juist is.

Disclaimer

Deze informatie is gebaseerd op de samenvatting gebaseerd op de samenvatting van de PanCareFollowUp guideline about HP axis problems[1], die op zijn beurt weer is gebaseerd op de overeenkomstige IGHG*-richtlijn [2].

Hoewel de PanCare PLAIN Information Group ernaar streeft om accurate, volledige en actuele informatie te verstrekken op het moment van publicatie, raden wij u aan om contact op te nemen met uw arts of langdurige zorgspecialist om er zeker van te zijn dat deze samenvatting de meest actuele en relevante informatie voor u bevat.

U mag niet uitsluitend op deze informatie vertrouwen. Het is raadzaam om advies in te winnen bij een gekwalificeerde arts als u vragen heeft over een specifieke medische aandoening, ziekte, diagnose of symptoom.

Er wordt geen garantie of verklaring gegeven, expliciet of impliciet, met betrekking tot de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid, volledigheid, relevantie of actualiteit van deze informatie. PanCare heeft de Engelse versie geproduceerd en PanCare is niet verantwoordelijk voor de vertaalde versies van deze samenvatting. De Nederlandse versie is gemaakt door het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie.

Vertrouw bij klachten en signalen niet alleen op deze informatie, maar ga naar je huisarts, LATER-arts of specialist.

*International Guideline Harmonization Group for Late Effects of Childhood Cancer

[1] van Kalsbeek, R. et al. (2021) European PANCAREFOLLOWUP recommendations for surveillance of late effects of childhood, adolescent, and Young Adult Cancer, European journal of cancer. Available at: https://www.ejcancer.com/article/S0959-8049(21)00368-3/fulltext

[2] Van Iersel, L. et al. (2022) Hypothalamic-Pituitary and Other Endocrine Surveillance Among Childhood Cancer Survivors. Available at: https://academic.oup.com/edrv/article/43/5/794/6432595