Verstoorde suikerstofwisseling en suikerziekte
This page is part of the Dutch version of the PanCare PLAIN summaries about late effects and recommendations for long-term follow-up care for survivors of childhood, adolescent, and young adult cancer. Click here, to visit the English PLAIN summaries.
PLAIN version 2: July 2025
Deze informatie is gebaseerd op de samenvatting gebaseerd op de samenvatting van de PanCareFollowUp guideline about Impaired glucose metabolism and diabetes [1].
- Verstoorde suikerstofwisseling en suikerziekte
- Heb ik een verhoogde kans op een verstoorde suikerstofwisseling en suikerziekte?
- Wat zijn de klachten en signalen van een verstoorde suikerstofwisseling en suikerziekte?
- Ik heb een verhoogde kans op een verstoorde suikerstofwisseling en suikerziekte. Welke onderzoeken zijn nodig en wanneer?
- Wat gebeurt er als ik een verstoorde suikerstofwisseling of suikerziekte heb?
- Wat kan ik nog meer doen?
- Waar vind ik meer informatie?
- Disclaimer
Verstoorde suikerstofwisseling en suikerziekte
De hoeveelheid suiker (glucose) in je bloed wordt geregeld door insuline. Insuline is een hormoon dat wordt gemaakt in de alvleesklier. Dit orgaan ligt rechts in de bovenbuik, vlak achter de maag. Tijdens het eten stijgt het suikergehalte in het bloed. De alvleesklier reageert meteen en begint insuline af te geven. Insuline helpt spieren en andere lichaamscellen suiker uit de bloedbaan op te nemen. Hierdoor daalt de suikerspiegel in het bloed weer naar normale waarden.
Een alvleesklier die beschadigd is, maakt onvoldoende of geen insuline aan. Dit noemen we verstoorde suikerstofwisseling. Er is sprake van suikerziekte (diabetes) als het lichaam meer insuline nodig heeft dan de alvleesklier maakt.
Als je bloedsuiker steeds te hoog is, kunnen de bloedvaten beschadigd raken. Dit kan leiden tot oog-, zenuw- en nierproblemen. Suikerziekte vergroot ook de kans op hartziekten en beroertes. Met de juiste zorg kun je met suikerziekte een gezond leven leiden en heb je veel minder kans op deze complicaties.
Schade aan de alveelsklier is niet te herstellen, maar door regelmatig te bewegen, gezond te eten en op je gewicht te letten kun je bloedsuikerproblemen verminderen.
Heb ik een verhoogde kans op een verstoorde suikerstofwisseling en suikerziekte?
Iedereen, ook mensen die geen kanker hebben gehad, kan een verstoorde suikerstofwisseling en suikerziekte krijgen. Maar sommige kankerbehandelingen kunnen de kans vergroten.
De volgende behandeling kan de kans op een verstoorde suikerstofwisseling en suikerziekte vergroten:
- Radiotherapie op de alvleesklier of op een gebied waarin de alvleesklier ligt
Je kunt in de samenvatting van je behandeling zien of je een van deze bestralingen hebt gehad. Als je geen samenvatting hebt, kun je contact opnemen met de LATER-poli of het ziekenhuis waar je behandeld bent.
Een verstoorde suikerstofwisseling en suikerziekte hoeven niet altijd door de behandeling te komen. Er kunnen andere oorzaken zijn, zoals een auto-immuunziekte, ouder worden of overgewicht en obesitas. Je hebt meer kans op een verstoorde suikerstofwisseling of diabetes wanneer dit vaak in je familie voorkomt of als je van Afro-Caribische, Afro-Afrikaanse of Zuid-Aziatische afkomst bent.
Wat zijn de klachten en signalen van een verstoorde suikerstofwisseling en suikerziekte?
Bepaalde klachten en signalen kunnen wijzen op een verstoorde suikerstofwisseling en suikerziekte. Ook al heb je deze klachten en signalen op dit moment niet, toch is het belangrijk dat je ze (her)kent voor het geval je ze ooit krijgt.
De volgende klachten en signalen kunnen wijzen op een verstoorde suikerstofwisseling en suikerziekte:
- Veel plassen
- Meer dorst
- Vermoeider zijn dan normaal
- Afvallen zonder oorzaak
- Genitale jeuk of spruw
- Duizeligheid, wazig zien
- Meer honger
- Regelmatige infecties
Als je een van deze klachten of signalen herkent, neem dan contact op met je huisarts of LATER-arts.
Je kunt ook een verstoorde suikerstofwisseling hebben zonder dat je klachten hebt. Je huisarts of LATER-arts kan bloedonderzoek doen om je bloedsuikerpiegel te controleren.
Ik heb een verhoogde kans op een verstoorde suikerstofwisseling en suikerziekte. Welke onderzoeken zijn nodig en wanneer?
Als je een verhoogde kans op een verstoorde suikerstofwisseling of suikerziekte hebt, is het advies:
- ten minste elke 5 jaar een bloedonderzoek te laten doen. Dit kan zijn:
- een nuchter bloedonderzoek om de bloedsuikerspiegel te meten
- een HbA1c bloedonderzoek om je gemiddelde bloedsuikerspiegel over twee tot drie maanden te meten
Wat gebeurt er als ik een verhoogde suikerstofwisseling of suikerziekte heb?
Als je hoge bloeddruk heb, legt je arts uit wat je kunt doen om de klachten te verminderen (als je die hebt) en de kans o
Als je een verstoorde suikerstofwisselling of suikerziekte hebt, verwijst je huisarts of LATER-arts je waarschijnlijk naar een:
- Internest gespecialiseerd in suikerziekte
Deze bespreekt de behandelmogelijkheden met je. Hij internist kan je adviseren je voeding aan te passen en meer te bewegen, zo nodig met hulp van een diëtist of fysiotherapeut. Ook kan hij medicatie voorschrijven om de bloedsuikerspiegel te verlagen.
Het advies kan zijn om regelmatig je gewicht, bloeddruk, cholesterol en andere lipiden te laten controleren. Overgewicht en obesitas, hoge bloeddruk en dyslipidemie spelen, net als een verstoorde suikerstofwisseling en suikerziekte, een rol bij het ontstaan van hart- en vaatproblemen.
p een hartaanval te verkleinen. Een gezondere leefstijl is vaak voldoende om je bloeddruk te verlagen. Je arts schrijft misschien medicatie voor en kan je aanraden je gewicht, bloedsuiker en cholesterol regelmatig te laten controleren.
Zo nodig verwijst je huisarts of LATER-arts je naar een specialist. Afhankelijk van de oorzaak van de hoge bloeddruk is dat een:
- Cardioloog (arts gespecialiseerd in hart en bloedvaten)
- Nefroloog (arts gespecialiseerd in nieren)
- Endocrinoloog (arts gespecialiseerd in hormonen en stofwisseling)
De specialist bespreekt de behandelmogelijkheden met je.
Het is belangrijk te weten dat ook overgewicht en obesitas, een verstoorde suikerstofwisseling en suikerziekte en dyslipidemie de kans op hart- en vaatproblemen kunnen vergroten en daarom je leefstijl aan te passen.
Wat kan ik nog meer doen?
Het kan moeilijk zijn te leven met (een verhoogde kans op) een verstoorde suikerstofwiseling of suikerziekte. Praten met vrienden en familie kan helpen. Ook contact met mensen in eenzelfde situatie kan fijn zijn, bijvoorbeeld via een patiëntenvereniging, zoals VOX, een onderdeel van de Vereniging Kinderkanker Nederland.
Zorg vooral goed voor jezelf. Met een gezonde leefstijl kun je de kans op een verhoogde suikerstofwisseling en suikerziekte verminderen. Zorg ook voor je mentale gezondheid. Kleine veranderingen kunnen al een positieve invloed hebben op je lichamelijke en mentale gezondheid.
Het is belangrijk dat je weet dat je een verhoogde suikerstofwisseling en suikerziekte kunt krijgen en dat je de klachten en signalen herkent. Als je vragen hebt of als je je na het lezen van deze informatie zorgen maakt, neem dan contact op met je huisarts of LATER-arts.
Waar vind ik meer informatie?
Op deze website staat ook informatie over:
In de PanCare Plain Language Summaries vind je links naar betrouwbare informatie in het Engels.
Je kunt online informatie over een verstoorde suikerstofwisseling en suikerziekte zoeken, maar bedenk dat deze soms niet up-to-date of juist is.
Disclaimer
Deze informatie is gebaseerd op de samenvatting gebaseerd op de samenvatting van de PanCareFollowUp guideline about Impaired glucose metabolism and diabetes [1].
Hoewel de PanCare PLAIN Information Group ernaar streeft om accurate, volledige en actuele informatie te verstrekken op het moment van publicatie, raden wij u aan om contact op te nemen met uw arts of langdurige zorgspecialist om er zeker van te zijn dat deze samenvatting de meest actuele en relevante informatie voor u bevat.
U mag niet uitsluitend op deze informatie vertrouwen. Het is raadzaam om advies in te winnen bij een gekwalificeerde arts als u vragen heeft over een specifieke medische aandoening, ziekte, diagnose of symptoom.
Er wordt geen garantie of verklaring gegeven, expliciet of impliciet, met betrekking tot de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid, volledigheid, relevantie of actualiteit van deze informatie. PanCare heeft de Engelse versie geproduceerd en PanCare is niet verantwoordelijk voor de vertaalde versies van deze samenvatting. De Nederlandse versie is gemaakt door het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie.
Vertrouw bij klachten en signalen niet alleen op deze informatie, maar ga naar je huisarts, LATER-arts of specialist.
[1] van Kalsbeek, R. et al. (2021) European PANCAREFOLLOWUP recommendations for surveillance of late effects of childhood, adolescent, and Young Adult Cancer, European journal of cancer. Available at: https://www.ejcancer.com/article/S0959-8049(21)00368-3/fulltext
