Tweede vorm van kanker
This page is part of the Dutch version of the PanCare PLAIN summaries about late effects and recommendations for long-term follow-up care for survivors of childhood, adolescent, and young adult cancer. Click here, to visit the English PLAIN summaries.
PLAIN version 2: July 2025
Deze informatie is gebaseerd op de samenvatting gebaseerd op de samenvatting van de PanCareFollowUp guideline about Subsequent neoplasms [1].
- Tweede vorm van kanker
- Heb ik een verhoogde kans op een tweede vorm van kanker?
- Wat zijn de klachten en signalen van een tweede vorm van kanker?
- Ik heb een verhoogde kans op een tweede vorm van kanker. Welke onderzoeken zijn nodig en wanneer?
- Wat gebeurt er als ik (misschien) een tweede vorm van kanker heb?[/fusion_one_page_text_link]
- Wat kan ik nog meer doen?
- Waar vind ik meer informatie?
- Disclaimer
Tweede vorm van kanker
Kinderkanker wordt behandeld met chemotherapie, radiotherapie (bestraling) en/of chirurgie (operatie). Deze behandelingen kunnen blijvende schade aan organen, weefsels of botten geven. Dit kan de kans op een nieuwe vorm van kanker in de toekomst vergroten. Een tweede vorm van kanker betekent niet dat de oorspronkelijke kanker terugkomt (recidief), maar is een heel andere vorm van kanker.
De kans om een tweede vorm van kanker te krijgen is erg klein.
Je kunt een aantal dingen doen om de kans op bepaalde tweede vormen van kanker te verkleinen.
Heb ik een verhoogde kans op een tweede vorm van kanker?
De kans op een tweede vorm van kanker hangt voornamelijk af van de behandeling die je hebt gehad en de leeftijd waarop je deze behandeling kreeg.
- Sommige kankerbehandelingen vergroten de kans niet.
- Van sommige kankerbehandelingen weten we niet zeker of ze de kans vergroten.
- Van andere kankerbehandelingen weten we wel dat ze de kans kunnen vergroten.
Het is onmogelijk precies in te schatten hoe groot de kans op een tweede vorm van kanker is. Naast de behandeling spelen andere factoren een rol, zoals leeftijd en erfelijke aanleg.
De volgende behandelingen kunnen de kans op een tweede vorm van kanker vergroten:
| Soort tweede vorm van kanker | Kankerbehandeling(en) die de kans vergroten |
| Blaaskanker |
|
| Bloedkanker: acute myeloïde leukemie (AML) of myelodysplasie |
|
| Borstkanker (vrouw) |
|
| Bottumor |
|
| Darmkanker |
|
| Hersen- of ruggenmergtumor |
|
| Huidkanker |
|
| Longkanker |
|
| Mondkanker |
|
| Schildkliertumor |
|
Ook zijn er behandelingen die een verhoogde kans op baarmoeder(hals)kanker, prostaatkanker, teelbalkanker en borstkanker bij mannen geven. Hierover bestaat nog geen LATER-informatie.
Je kunt in de samenvatting van je behandeling zien wat je diagnose was en welke behandelingen je hebt gehad. Als je geen samenvatting hebt, kun je contact opnemen met de LATER-poli of het ziekenhuis waar je behandeld bent.
Een tweede vorm van kanker hoeft niet altijd door de behandeling te komen. Er kunnen ook andere oorzaken zijn, zoals roken, (te veel) alcohol, drugs, (te veel) in de zon en ouder worden. Ook een erfelijke aanleg kan een rol spelen.
Wat zijn de klachten en signalen van een tweede vorm van kanker?
Bepaalde klachten en signalen kunnen wijzen op een tweede vorm van kanker, maar ze verschillen per kankervorm. Voor elke vorm van kanker in bovengenoemde tabel vind je een lijst met klachten en signalen waarop je kunt letten: blaaskanker, bloedkanker, borstkanker (vrouw), bottumor, hersen- of ruggenmergtumor, huidkanker, longkanker, mondkanker, schildkliertumor. Ook al heb je deze klachten en signalen op dit moment niet, toch is het belangrijk dat je ze (her)kent voor het geval je ze ooit krijgt.
Bepaalde algemene algemene klachten en signalen kunnen wijzen op een tweede vorm van kanker:
- Je (heel) moe voelen
- Afvallen zonder reden
- Verlies van eetlust
- Koorts en veel zweten
Meestal komen dit soort klachten door iets anders, maar een snelle diagnose en behandeling van een tweede vorm van kanker zijn erg belangrijk. Neem daarom meteen contact op met je huisarts als je een van deze klachten of signalen herkent.
Ik heb een verhoogde kans op een tweede vorm van kanker. Welke onderzoeken zijn nodig en wanneer?
Ga minstens elke vijf jaar naar de LATER-poli.
- Bij een (mogelijke) erfelijk aanleg verwijst je LATER-arts je naar een klinisch geneticus (arts gespecialiseerd in erfelijke ziekten).
- Er kan meer onderzoek gedaan worden, afhankelijk van het soort kanker waarop je een verhoogde kans hebt.
Wat gebeurt er als ik (misschien) een tweede vorm van kanker heb?
Als je (misschien) een tweede vorm van kanker hebt, verwijst je huisarts of LATER-arts je naar een specialist.
Deze doet verder onderzoek en bespreekt zo nodig de behandelmogelijkheden met je.
Wat kan ik nog meer doen?
Leven met een (verhoogde kans op) een tweede vorm van kanker kan moeilijk zijn. Praten met vrienden en familie kan helpen. Ook contact met mensen in eenzelfde situatie kan fijn zijn, bijvoorbeeld via een patiëntenvereniging, zoals VOX, een onderdeel van de Vereniging Kinderkanker Nederland.
Zorg vooral goed voor jezelf. Met een gezonde leefstijl kun je de kans op een tweede vorm van kanker verminderen. Rook niet, drink geen of zo min mogelijk alcohol, gebruik geen drugs en bescherm je huid tegen de zon. Zorg ook voor je mentale welzijn. Kleine veranderingen kunnen al een positieve invloed hebben op je lichamelijke en mentale gezondheid. Lees meer over het kiezen voor een gezonde leefstijl en aandacht voor je mentale gezondheid.
Laat je inenten tegen HPV (humaan papillomavirus) als je dit nog niet eerder hebt gedaan. Deze inenting kan de kans op bepaalde vormen van kanker, zoals baarmoeder(hals)kanker en mond- en keelkanker verminderen.
Geef ook gehoor aan de oproep voor de bevolkingsonderzoeken op baarmoederhalskanker, borstkanker en darmkanker.
Het is belangrijk dat je weet dat je een verhoogde kans op een tweede vorm van kanker hebt en dat je de klachten en signalen herkent. Als je vragen hebt of als je je na het lezen van deze informatie zorgen maakt, neem dan contact op met je huisarts of LATER-arts.
Waar vind ik meer informatie?
Op deze website staat ook informatie over:
- Gezonde leefstijl
- Mentale gezondheid
- Tweede vorm van kanker: blaaskanker
- Tweede vorm van kanker: bloedkanker
- Tweede vorm van kanker: borstkanker (vrouw)
- Tweede vorm van kanker: bottumor
- Tweede vorm van kanker: darmkanker
- Tweede vorm van kanker: hersen- of ruggenmergtumor
- Tweede vorm van kanker: huidkanker
- Tweede vorm van kanker: longkanker
- Tweede vorm van kanker: mondkanker
- Tweede vorm van kanker: schildkliertumor
In de PanCare Plain Language Summaries vind je links naar betrouwbare informatie in het Engels.
Je kunt online informatie over late gevolgen zoeken, maar bedenk dat deze soms niet up-to-date of juist is.
Disclaimer
Deze informatie is gebaseerd op de samenvatting gebaseerd op de samenvatting van de PanCareFollowUp guideline about Subsequent neoplasms [1].
Hoewel de PanCare PLAIN Information Group ernaar streeft om accurate, volledige en actuele informatie te verstrekken op het moment van publicatie, raden wij u aan om contact op te nemen met uw arts of langdurige zorgspecialist om er zeker van te zijn dat deze samenvatting de meest actuele en relevante informatie voor u bevat.
U mag niet uitsluitend op deze informatie vertrouwen. Het is raadzaam om advies in te winnen bij een gekwalificeerde arts als u vragen heeft over een specifieke medische aandoening, ziekte, diagnose of symptoom.
Er wordt geen garantie of verklaring gegeven, expliciet of impliciet, met betrekking tot de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid, volledigheid, relevantie of actualiteit van deze informatie. PanCare heeft de Engelse versie geproduceerd en PanCare is niet verantwoordelijk voor de vertaalde versies van deze samenvatting. De Nederlandse versie is gemaakt door het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie.
Vertrouw bij klachten en signalen niet alleen op deze informatie, maar ga naar je huisarts, LATER-arts of specialist.
[1] van Kalsbeek, R. et al. (2021) European PANCAREFOLLOWUP recommendations for surveillance of late effects of childhood, adolescent, and Young Adult Cancer, European journal of cancer. Available at: https://www.ejcancer.com/article/S0959-8049(21)00368-3/fulltext
