Tweede vorm van kanker: bottumor
This page is part of the Dutch version of the PanCare PLAIN summaries about late effects and recommendations for long-term follow-up care for survivors of childhood, adolescent, and young adult cancer. Click here, to visit the English PLAIN summaries.
PLAIN version 2: July 2025
Deze pagina hoort bij Tweede vorm van kanker. We raden je aan die informatie eerst te lezen.
Deze informatie is gebaseerd op de samenvatting gebaseerd op de samenvatting van de PanCareFollowUp guideline about Subsequent neoplasms [1].
- Tweede vorm van kanker: bottumor
- Heb ik een verhoogde kans op een bottumor?
- Wat zijn de klachten en signalen van een bottumor?
- Ik heb een verhoogde kans op een bottumor. Welke onderzoeken zijn nodig en wanneer?
- Wat gebeurt er als ik (misschien) een bottumor heb?
- Wat kan ik nog meer doen?
- Waar vind ik meer informatie?
- Disclaimer
Tweede vorm van kanker: bottumor
Botten ondersteunen het lichaam. Ze helpen het, samen met de spieren, om te bewegen en beschermen de organen. Botcellen worden doorlopend afgebroken en door nieuwe vervangen. Tot ongeveer het 30ste jaar is er meer aanmaak dan afbraak, vanaf 40 jaar is dat andersom. De sterkte van de botten wordt dan langzaam minder. Bij vrouwen gaat dit vanaf de overgang sneller dan bij mannen.
Soms beginnen botcellen zich ongecontroleerd te delen en vormen ze een kwaadaardige tumor. Dit noemen we een bottumor.
De kans om na kinderkanker een bottumor te krijgen is erg klein.
Heb ik een verhoogde kans op een bottumor?
Iedereen, ook mensen die geen kanker hebben gehad, kan een bottumor krijgen. Maar sommige kankerbehandelingen kunnen de kans vergroten.
De volgende behandeling kunnen de kans op een bottumor vergroten:
- Radiotherapie: het bestraalde deel van het lichaam heeft een verhoogde kans op een bottumor
Je kunt in de samenvatting van je behandeling zien of je deze behandeling hebt gehad. Als je geen samenvatting hebt, kun je contact opnemen met de LATER-poli of het ziekenhuis waar je behandeld bent.
Een bottumor hoeft niet altijd door de behandeling te komen. Er kunnen ook andere oorzaken zijn.
Wat zijn de klachten en signalen van een bottumor?
Bepaalde klachten en signalen kunnen wijzen op een bottumor. Ook al heb je deze klachten en signalen op dit moment niet, toch is het belangrijk dat je ze (her)kent voor het geval je ze ooit krijgt.
De volgende klachten en signalen kunnen wijzen op een bottumor:
- Een (soms pijnlijke) knobbel
- Bot- of gewrichtspijn (ook ‘s nachts), continu of in golven
- Gebroken bot bij een klein ongelukje
- Moeite een deel van je lichaam te bewegen
Vaak hebben deze klachten een andere oorzaak. Een snelle diagnose en behandeling van een bottumor zijn erg belangrijk. Als je een van deze klachten of signalen herkent, neem dan meteen contact op met je huisarts.
Ik heb een verhoogde kans op een bottumor. Welke onderzoeken zijn nodig en wanneer?
Bij een verhoogde kans op een bottumor zijn regelmatige controles niet nodig. Ga bij klachten of signalen meteen meteen naar je huisarts. Deze doet waarschijnlijk:
- Lichamelijk onderzoek doen
- Een röntgenfoto of MRI aanvragen
Wat gebeurt er als ik (misschien)een bottumor heb?
Als je (misschien) een bottumor hebt, verwijst je huisarts of LATER-arts je naar een oncologieteam. Dit team bestaat onder andere uit een:
- Orthopedisch oncoloog (arts gespecialiseerd in bottumoren)
- Oncoloog (arts gespecialiseerd in kanker)
Het oncologieteam doet verder onderzoek en bepreekt zo nodig de behandelmogelijkheden met je.
Wat kan ik nog meer doen?
Leven met een (verhoogde kans op) een bottumor kan moeilijk zijn. Praten met vrienden en familie kan helpen. Ook contact met mensen in eenzelfde situatie kan fijn zijn, bijvoorbeeld via een patiëntenvereniging, zoals VOX, een onderdeel van de Vereniging Kinderkanker Nederland.
Zorg vooral goed voor jezelf. Hoewel niet zeker is of het de kans op een bottumor vermindert, is een gezonde leefstijl belangrijk. Zorg ook voor je mentale gezondheid. Kleine veranderingen kunnen al een positieve invloed hebben op je lichamelijke en mentale welzijn. Lees meer over kiezen voor een gezonde leefstijl en aandacht voor je mentale gezondheid.
Het is belangrijk dat je weet dat je een verhoogde kans op een bottumor hebt en dat je de klachten en signalen herkent. Als je vragen hebt of als je je na het lezen van deze informatie zorgen maakt, neem dan contact op met je huisarts of LATER-arts.
Waar vind ik meer informatie?
Op deze website staat ook informatie over:
In de PanCare Plain Language Summaries vind je links naar betrouwbare informatie in het Engels.
Je kunt online informatie over bottumoren zoeken, maar bedenk dat deze niet altijd up-to-date en juist is.
Disclaimer
Deze informatie is gebaseerd op de samenvatting gebaseerd op de samenvatting van de PanCareFollowUp guideline about Subsequent neoplasms [1].
Hoewel de PanCare PLAIN Information Group ernaar streeft om accurate, volledige en actuele informatie te verstrekken op het moment van publicatie, raden wij u aan om contact op te nemen met uw arts of langdurige zorgspecialist om er zeker van te zijn dat deze samenvatting de meest actuele en relevante informatie voor u bevat.
U mag niet uitsluitend op deze informatie vertrouwen. Het is raadzaam om advies in te winnen bij een gekwalificeerde arts als u vragen heeft over een specifieke medische aandoening, ziekte, diagnose of symptoom.
Er wordt geen garantie of verklaring gegeven, expliciet of impliciet, met betrekking tot de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid, volledigheid, relevantie of actualiteit van deze informatie. PanCare heeft de Engelse versie geproduceerd en PanCare is niet verantwoordelijk voor de vertaalde versies van deze samenvatting. De Nederlandse versie is gemaakt door het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie.
Vertrouw bij klachten en signalen niet alleen op deze informatie, maar ga naar je huisarts, LATER-arts of specialist.
[1] van Kalsbeek, R. et al. (2021) European PANCAREFOLLOWUP recommendations for surveillance of late effects of childhood, adolescent, and Young Adult Cancer, European journal of cancer. Available at: https://www.ejcancer.com/article/S0959-8049(21)00368-3/fulltext.
