Miltproblemen

This page is part of the Dutch version of the PanCare PLAIN summaries about late effects and recommendations for long-term follow-up care for survivors of childhood, adolescent, and young adult cancer. Click here, to visit the English PLAIN summaries.
PLAIN version 2: July 2025

Deze informatie is gebaseerd op de samenvatting gebaseerd op de samenvatting van de PanCareFollowUp guideline about Spleen problems [1].

Miltproblemen (verminderde werking van de milt)

De milt ligt links in de bovenbuik en zorgt voor een goede afweer tegen bacteriën.

Soms ontstaan er miltproblemen waardoor je afweer vermindert. Dit kan leiden tot regelmatige bacteriële infecties met pneumokokken, meningokokken en haemophilus influenzae.

Heb ik een verhoogde kans op miltproblemen?

Iedereen, ook mensen die nooit kanker hebben gehad, kan miltproblemen krijgen. Maar sommige kankerbehandelingen kunnen de kans vergroten.

De volgende behandelingen kunnen de kans op miltproblemen vergroten:

  • Operatie waarbij de milt is verwijderd
  • Radiotherapie op de milt of op een gebied waar de milt ligt (10 Gy of meer)
  • Allogene stamceltransplantatie (van een donor)
  • Autologe stamceltransplantatie (met eigen stamcellen) in combinatie met totale lichaamsbestraling

Je kunt in de samenvatting van je behandeling zien of je een of meer van deze behandelingen hebt gehad. Als je geen samenvatting hebt, kun je contact opnemen met de LATER-poli of het ziekenhuis waar je behandeld bent.

Miltproblemen hoeven niet altijd door de behandeling te komen. Er kunnen ook andere oorzaken zijn.

Wat zijn de klachten en signalen van miltproblemen?

Bepaalde klachten en signalen kunnen wijzen op miltproblemen. Ook al heb je deze klachten en signalen op dit moment niet, toch is het is belangrijk dat je ze (her)kent voor het geval je ze ooit krijgt.

Deze klachten en signalen kunnen wijzen op miltproblemen:

  • Herhaaldelijke bacteriële infecties met als klachten:
    • Koorts (38,3°C of hoger)
    • Zeer hoge koorts (39,5°C of hoger)
    • Ondertemperatuur (35 °C of lager)
    • Koude rillingen, heftig beven, sufheid, slaperigheid

Als je vaak bacteriële infecties hebt, maak dan een afspraak met je huisarts of LATER-arts.

Ik heb een verhoogde kans op miltproblemen. Welke onderzoeken zijn nodig en wanneer?

Regelmatige controles zijn bij niet nodig bij een verhoogde kans op miltproblemen.

Wat gebeurt er als ik miltproblemen heb?

Inentingen en antibiotica verminderen de kans op ernstige bacteriële infecties. Daarom maakt je arts een vaccinatieschema met de inentingen die nodig zijn. Soms moet je een tijdlang antibiotica slikken. Je arts schrijft altijd een noodvoorraad antibiotica voor die je bij koorts meteen moet nemen.

Als je van plan bent naar het buitenland te gaan, vraag dan bij de GGD of een reizigersvaccinatiepoli of je aanvullende inentingen of medicijnen nodig hebt.

Start meteen met je noodvoorraad antibiotica en bel daarna je huisarts bij:

  • koorts (38,3 °C of hoger)
  • klachten of signalen van een infectie
  • een beet door een dier of een mens waarbij je huid beschadigd is

Vraag je huisarts meteen om een nieuwe voorraad noodantibiotica.

Je huisarts kan:

  • Lichamelijk onderzoek doen
  • Een bloedonderzoek doen om te zien hoe erg de infectie is
  • Een bloedkweek doen om te zien of er bacteriën in de bloedbaan zijn en welke
  • Antibiotica voorschrijven

Wat kan ik nog meer doen?

Het kan moeilijk zijn te leven met (een verhoogde kans op) miltproblemen. Praten met vrienden en familie kan helpen. Ook contact met mensen in eenzelfde situatie kan fijn zijn, bijvoorbeeld via een patiëntenvereniging, zoals VOX, een onderdeel van de Vereniging Kinderkanker Nederland.

Zorg vooral goed voor jezelf. Hoewel het de (kans op) miltproblemen niet vermindert, blijft een gezonde leefstijl belangrijk. Let op dat je altijd noodantibiotica in huis hebt. Zorg ook voor je mentale gezondheid. Kleine veranderingen kunnen al een positieve invloed hebben op je lichamelijke en mentale welzijn. Lees meer over kiezen voor een gezonde leefstijl en aandacht voor je mentale gezondheid.

Draag een S.O.S.-penning zodat in noodgevallen de Eerste Hulp weet dat je geen of een slechtwerkende milt hebt.

Het is belangrijk dat je weet dat je een verhoogde kans hebt op miltproblemen hebt en dat je de klachten en signalen herkent. Als je vragen hebt of als je je na het lezen van deze informatie zorgen maakt, neem dan contact op met je huisarts of LATER-arts.

Waar vind ik meer informatie?

Op deze website staat ook informatie over:

In de PanCare Plain Language Summaries vind je links naar betrouwbare informatie in het Engels.

Je kunt online informatie over miltproblemen zoeken, maar bedenk dat deze soms niet up-to-date of juist is.

Disclaimer

Deze informatie is gebaseerd op de samenvatting gebaseerd op de samenvatting van de PanCareFollowUp guideline about Spleen problems [1].

Hoewel de PanCare PLAIN Information Group ernaar streeft om accurate, volledige en actuele informatie te verstrekken op het moment van publicatie, raden wij u aan om contact op te nemen met uw arts of langdurige zorgspecialist om er zeker van te zijn dat deze samenvatting de meest actuele en relevante informatie voor u bevat.

U mag niet uitsluitend op deze informatie vertrouwen. Het is raadzaam om advies in te winnen bij een gekwalificeerde arts als u vragen heeft over een specifieke medische aandoening, ziekte, diagnose of symptoom.

Er wordt geen garantie of verklaring gegeven, expliciet of impliciet, met betrekking tot de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid, volledigheid, relevantie of actualiteit van deze informatie. PanCare heeft de Engelse versie geproduceerd en PanCare is niet verantwoordelijk voor de vertaalde versies van deze samenvatting. De Nederlandse versie is gemaakt door het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie.

Vertrouw bij klachten en signalen niet alleen op deze informatie, maar ga naar je huisarts, LATER-arts of specialist.

[1] van Kalsbeek, R. et al. (2021) European PANCAREFOLLOWUP recommendations for surveillance of late effects of childhood, adolescent, and Young Adult Cancer, European journal of cancer. Available at: https://www.ejcancer.com/article/S0959-8049(21)00368-3/fulltext